- Gegevens
- Gepubliceerd op donderdag 06 oktober 2011 22:02
De IJsbanen
Door de aanwezigheid van de twee rivieren de Aa of Weerijs en de Mark, die in die dagen nog niet zo netjes in mooie rechte en brede beddingen het Bredase doorkruisten, was het niet zo moeilijk, bij een beetje regen, ondergelopen weilanden te vinden, die in vorstperiodes als ijsbaan konden dienen. Voor kwajongens was gebruik van zo’n clandestiene ijsbaan geen probleem, wel echter voor de deftige burgerij. Voor haar gaf het geen pas ongevraagd en zonder regels gebruik te maken van andermans terrein. Bovendien moest het ijs betrouwbaar zijn. Het oprichten van de “Vereeniging IJsvermaak” veronderstelde dus tegelijkertijd het verkrijgen en onderhouden van een terrein aan of in de buurt van een van de twee Bredase stromen.
De eerste ijsbaan in de Belcrum
Zaterdagmiddag 5 januari 1889 werd de eerste ijsbaan van de vereniging feestelijk geopend. De baan lag in de Belcrumpolder, vlak bij het Speelhuis, op het terrein, dat nu begrensd wordt door de Speelhuislaan, de Konijnenberg, de Crogtdijk en de van Rijckevorselstraat.
De grond was eigendom van de Kroondomeinen en kon bij hoge waterstand van de Mark via een verbindingssloot, onder water gezet worden. De aanduiding “bij het Speelhuis” is niet helemaal juist. In 1889 was het eigenlijke Speelhuis allang gesloopt maar werd de naam nog gebruikt voor de oude domeinhoeve, die als uitspanning, als café, werd gebruikt en voor veel Bredanaars als rustpunt diende op hun zondagse wandeling vanuit de stad.
Het Speelhuis zelf was een achthoekig kasteeltje of buitenplaats, omstreeks 1620 gebouwd door Prins Maurits. In 1824 was het gesloopt wegens verregaande staat van bouwvalligheid waarin het toen verkeerde. De domeinhoeve brandde af in 1917.
Bij wijze van opening werd op de ijsbaan een verenigingsvlag gehesen, die door de echtgenotes van enige bestuursleden was gemaakt. De vlag, die ter gelegenheid van het eeuwfeest is vervaardigd, is gemaakt naar het ontwerp van toen. Voor de leden en genodigden werd ter viering van de opening op maandagavond 7 januari een groot kunstmatig verlicht feest gevierd. Dat eerste seizoen hebben de leden al goed gebruik kunnen maken van de nieuwe baan. Op 17 januari vermelde de Bredasche Courant, dat na een korte periode van dooi de banen weer geopend waren.
De ijsbaan van de Belangenvereniging Belcrum
In 1918 kocht de gemeente Breda het gehele terrein van het voormalige Speelhuis, bestaande uit ongeveer zestig hectaren hakhout, wei- en akkerland, aan om het te gebruiken voor woningbouw en industrievestiging. Het stuk waar de oude ijsbaan zich had bevonden werd voorlopig nog niet in de bouwplannen betrokken.
In 1929 verzocht het gemeenteraadslid Meyvis aan Burgemeester en Wethouders het weiland opnieuw aan te wijzen voor de schaatssport. Na advies ingewonnen te hebben bij de directeur van Openbare Werken besloot het gemeentebestuur aanvankelijk nog daartoe niet over te gaan, maar toen een paar jaar later het verzoek herhaald werd door de Belangenvereniging Belcrumkwartier was de bereidheid groter.
In een brief van 28 september 1934 verzocht de vereniging aan de raad het terrein van de oude ijsbaan te mogen huren voor minstens drie winterseizoenen. Bij het verzoek zat een begroting en een kaartje met de ligging van de baan. De gemeente liet daarop door Openbare Werken een ontwerpovereenkomst en een werktekening maken met de benodigde technische aanpassingen en verhuurde bij raadsbesluit van 6 december 1934 voor f 290,- per jaar het terrein aan vier leden van de vereniging Belcrum.
De eerste verhuurtermijn beliep een periode van drie jaar, daarna met telkens een jaar te verlengen. Het perceel werd op kosten van de gemeente ingericht en geschikt gemaakt. Openbare Werken zou zorgen voor de jaarlijkse onderwaterzetting tussen 15 november en 1 maart. Zo kreeg Breda weer een eigen ijsbaan tot zijn beschikking.
De baan van IJsvermaak lag namelijk sinds 1903 niet meer in Breda maar achtereenvolgens in Princenhage en Ginneken. Tot in de Tweede Wereldoorlog bleef de samenwerking tussen gemeente en Belcrum goed verlopen. In de winter van 1943-1944 echter bleek de vereniging wegens de oorlogsomstandigheden niet meer in staat tot behoorlijke toezicht: de dijken werden, vooral door de baldadige activiteiten van de jeugd, steeds slechter en de gemeente had moeite met het onderhoud. Openbare Werken kreeg opdracht het water weg te laten lopen en in juli 1944 kwam het definitieve einde van deze tweede ijsbaan in de Belcrumpolder doordat de gemeente de overeenkomst opzegde.
De tweede ijsbaan in Boeimeer
De Boeimeer was de tweede polder, waar IJsvermaak in 1903 een terrein kon pachten ter inrichting van een ijsbaan. De precieze ligging is moeilijker te reconstrueren en aan te geven dan bij de eerste ijsbaan, omdat de omgeving, de loop van wegen en waterwegen, nogal ingrijpend is gewijzigd. De baan moet zich bevonden hebben binnen het gebied, nu begrensd door de Chopinlaan, Ockeghemlaan, Zuidelijke Rondweg, Boeimeerweg - waar huize Ruitersbos aan ligt en de Willem van Oranjelaan.
De toegang bevond zich hoogstwaarschijnlijk aan de oude Boeimeerweg ter hoogte van de aansluiting met de weg van Ginneken naar Princenhage. Dat stuk van de oude weg naar Princenhage heet nu Willem van Oranjelaan. De weilanden lagen op het grondgebied van de gemeente Princenhage. Ze werden bij onderhandse acte van 24 juni 1903 voor vier jaar gepacht van enkele particuliere eigenaren.
Aangezien het terrein niet onmiddellijk aan de Mark grensde moest het via een tamelijk lange verbindingssloot van water worden voorzien. Voor het eerst was daarbij sprake van een machinaal aangedreven pomp. De aandrijving geschiedde door wat genoemd werd een “gasmotor”, een explosie- of verbrandingsmotor, die gevoed werd met gas, dat weer verkregen werd door in een aparte generator hout turf of steenkool te verstoken. Voor heel die installatie was een houten bouwseltje nodig, te plaatsen op een klein stukje grond, direct naast de Mark. Het bestuur der Waterschappen van de Bovenmark gaf daar toestemming voor.
Evenmin als in de Belcrum heeft de ijsbaan in Boeimeer er erg lang gelegen. Al in 1905 gaven de eigenaren van het terrein te kennen na het verstrijken van de eerste termijn van het pachtcontract af te willen. Het bestuur van IJsvermaak heeft nog geprobeerd ze tot andere gedachten te brengen maar tevergeefs. Weer werd de vereniging gedwongen naar andere terreinen uit te zien, die met niet al te veel moeite en kosten konden worden gereed gemaakt als ijsbaan.
De derde ijsbaan bij Bouvigne
Een november 1907 liep het huurcontract van IJsvermaak met de drie eigenaren van het terrein van Boeimeer af. Aangezien aan het einde van het jaar 1905 al duidelijk geworden was, dat het zo zou lopen, had de toenmalige voorzitter Mr. Pels Rijcken contact opgenomen met de dienst der Staatsdomeinen over een terrein tussen de Duivelsbruglaan en kasteel Bouvigne.
Het was te huur voor een termijn van tien jaar voor een bedrag van f 210,- per jaar. Wel moesten er nogal wat aanpassingen aan het terrein plaatsvinden, zoals aanleg van dijken en egaliseren of vlak maken van de grond. De kosten daarvan werden geraamd op tweeduizend gulden. Zoveel geld had de vereniging niet, maar nu bleek het voordeel van een club met rijke leden. De Algemene Vergadering van 26 oktober 1906 keurde het voorstel van het bestuur goed om een obligatielening uit te schrijven voor een bedrag van tweeduizend gulden. Er werden veertig aandelen van vijftig gulden uitgegeven met een looptijd van tien jaar en een jaarlijkse rente van 4%. De plaatsing was snel geregeld: in de loop van 1907 kon aannemer Bakkeren voor f 2320,- de grond in orde maken. Voor de bemaling en de verlichting werden daarnaast een elektromotor en verlichtingsmateriaal aangeschaft bij de Nieuwe Electriciteit en Waterleiding Maatschappij te Ginneken, die ook voor de installatie ter plaatse zou zorgen.
De oppervlakte en vorm van het terrein, dat in 1907 van de Staatsdomeinen werd gepacht is tot in onze tijd grotendeels hetzelfde gebleven. Wel is in de loop der tijden op onderdelen wat gewijzigd door de aanleg van een ijshockeybaan, de bouw van een pomphuis, de bouw van Markendael en de kanalisatie van de Mark.
In de jaren zestig is er nog sprake geweest de baan tot aan de Duivelsbruglaan uit te breiden wegens de groei van het ledental. De eigenaar van het benodigde weiland, het Laurensziekenhuis, bleek tot medewerking bereid maar de pachter niet. Die was bang, dat door de jaarlijkse onderwaterzetting gedurende het winterseizoen de grond tien tot dertig procent minder zou opbrengen. De uitbreiding ging niet door.
Twee keer opgericht? < > Van Groote Tent tot Klein Markendael